ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN ONZE ZAAK

RENKUM

Toen de oorlog afgelopen was, was de firma Rekoert helemaal leeg, het geld was op, al het materiaal was op en het eten ook. Maar wij waren er nog en het huis was nog heel.
Het normale leven kwam weer op gang en de zaak ging weer draaien. Mijn vader was toen 56 jaar, had een knauw gehad door de dood van mijn moeder in 1940 en de andere oorlogsnarigheid, en had er allemaal niet zoveel zin meer in. Mijn broer Jan, toen 31, wilde daar niets van weten: "Als we niet flink aan de slag gaan, zoek ik wat anders ." Vader zag daar de waarheid van in en legde zich daarbij neer.
Het enige werk wat er toen was, was voor de " Wederopbouw " in de gebieden waar de oorlog geweest was .
Via via kreeg Jan een opdracht voor loodgieters en elektrisch werk voor 50 noodwoningen in de gemeente Renkum ten behoeve van het plaatsje Heveadorp dat helemaal stuk geschoten was.
Begin 1946 werd daar begonnen, er was natuurlijk heel weinig, gemetseld werd er met gebikte stenen uit Arnhem en Oosterbeek, het dak was van houtwolplaten en de waterleiding van ijzer. Het waren rijtjes lage huizen, dus zonder verdieping er op, de muren werden niet afgesmeerd maar geverfd in lichte kleurtjes.
Door dat werk voor de " Wederopbouw " kregen we met de materiaalvoorziening voorrang en toewijzingen. Meer dan er nodig was voor Renkum. Dit kwam ten goede aan het burgerbedrijf dat ook weer op gang kwam. Als je maar spullen had, want alles was toch nog erg schaars.
Ik weet nog dat er, ik denk in 1948, 6 gasfornuizen aankwamen die op de Zandvoortselaan uitgepakt en even neer gezet werden. Dat was een hele belevenis na 8 jaar.

Jan Rekoert en Gerrit Rusman
Gerrit Rusman en ? sjouwen een haard

Toen we trouwden in 1951 was de textiel nog op punten maar daarna ging alles beter en was de schaarste over, ook in het bedrijf. We zaten volop in de nieuwbouw.

Volgende 1 2 3 4 5

Klik sluitkruisje om terug te keren in het hoofdmenu